Wet opheffing verpandingsverboden: wat betekent dit voor MKB-bedrijven?

Sinds 1 juli 2025 geldt er een nieuwe wet die het voor ondernemers makkelijker maakt om financiering te krijgen. Bram Officier vertelt wat dit betekent...
Wet opheffing verpandingsverboden: wat betekent dit voor MKB-bedrijven

Deel dit artikel

Sinds 1 juli 2025 geldt er een nieuwe wet die het voor ondernemers makkelijker maakt om financiering te krijgen. De zogenoemde ‘Wet opheffing verpandingsverboden’ maakt namelijk een einde aan daarop gerichte bepalingen die in veel sectoren standaard in de algemene voorwaarden staan. Met deze wijzigingen probeert de wetgever belemmeringen voor het aantrekken van financiering door MKB-bedrijven weg te nemen. 

Wat betekent dit concreet?

Bedrijven kunnen voortaan hun handelsvorderingen vrijelijk als onderpand voor financiering gebruiken of overdragen aan een factormaatschappij. Dit kan, volgens de toelichting op de wet, leiden tot een miljard euro extra financieringsruimte voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf. Dat geld kan vervolgens worden ingezet voor investeringen, innovatie en groei.

Voor bestaande verboden geldt een overgangstermijn van drie maanden. Na die periode vervallen deze contractuele beperkingen van rechtswege. De overgangstermijn is op 1 oktober 2025 verstreken.

Wijziging in het Burgerlijk Wetboek (artikel 3:83 BW)

De kern van de wijziging zit in het Burgerlijk Wetboek. De nieuwe bepalingen in artikel 3:83 BW zorgen ervoor dat een bepaling dat de overdraagbaarheid of verpandbaarheid van een handelsvordering uitsluit voortaan nietig is. Dat betekent dat afspraken in contracten die zeggen dat je jouw facturen niet mag overdragen of verpanden ongeldig zijn.  Dit geldt ook voor bedingen die ertoe strekken de overdracht van handelsvorderingen tegen te gaan of beperken, zoals een toestemmingsvereiste of een boetebeding, nietig zijn. Een kredietverstrekker kan dus niet langer de overdraagbaarheid of verpandbaarheid van een handelsvordering verbieden.

Uitzonderingen binnen de Wet opheffing verpandingsverboden

Niet alle vorderingen vallen onder de nieuwe regels. De regeling geldt voor geldvorderingen die zijn ontstaan uit de uitoefening van een beroep of bedrijf en waarop het Nederlands recht van toepassing is. De nieuwe wet heeft een aantal categorieën van geldvorderingen is uitgezonderd. Dit zijn onder andere vorderingen uit hoofde van betaal- en spaarrekeningen en vorderingen die op een G-rekening staan voor afdracht van belastingen of premies. Het gaat dus om geld dat je als ondernemer daadwerkelijk nog gaat krijgen, voor een dienst of product dat je geleverd hebt.

Wat betekent dit voor financiers en ondernemers?

De praktijk zal zich moeten aanpassen. Voor MKB-bedrijven betekent dit dat je eenvoudiger facturen kunt inzetten als zekerheid en daarmee je financieringsruimte kan vergroten. Hiermee krijgen bedrijven ruimere mogelijkheden om werkkapitaal aan te trekken. Aan de andere kant moeten ondernemers erop bedacht zijn dat zij geconfronteerd kunnen worden met een andere schuldeiser dan hun oorspronkelijke contractpartij. Dat kan invloed hebben op de verrekeningsmogelijkheden van de ondernemers.

Dankzij deze wet is de financieringsmarkt in Nederland flexibeler geworden. De nieuwe wet brengt ons daarmee meer in lijn met landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, waar dit al langer op deze manier zo geregeld is in de wet.

Heb je vragen over de gevolgen van deze wetswijziging of wil je meer weten over verpanding van vorderingen? Neem dan contact op met één van onze specialisten.