Zoeken
Nederlands    English

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E:
info@willedonker.nl

Klik hier voor de doorkiesnummers

Toezicht naleving Europees recht verscherpt

De naleving van Europese regelgeving is bij veel Nederlandse overheidsorganisaties onder de maat. Zo is uit onderzoek gebleken dat Rijk, provincies en gemeenten bij aanbestedingen geregeld over de schreef gaan. Overheidsopdrachten worden vaak niet aanbesteed, terwijl dat volgens het Europese recht wel had gemoeten. Ook als het gaat om het verlenen van staatssteun worden Europese regels slecht nageleefd.

Kleine overtreding, grote gevolgen

Als Europa een overtreding van Europees recht constateert, spreekt Europa de rijksoverheid hierop aan. Het Rijk is vervolgens verplicht de geconstateerde overtreding te beëindigen. Gaat het om een organisatie die werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het Rijk (zoals een ministerie), dan is dat niet zo moeilijk. Problematisch wordt het als Europa het Rijk aanspreekt op een schending van Europese regels door bijvoorbeeld een provincie of een gemeente. Ondanks dat de rijksoverheid maar weinig mogelijkheden heeft om daar iets aan te doen, is de rijksoverheid tegenover Europa aansprakelijk voor de niet-naleving van Europees recht.

Indien vast staat dat een Nederlandse overheidsorganisatie Europese regels heeft geschonden, kan Europa aan Nederland een boete of een dwangsom opleggen, of aan Nederland verleende subsidies terugvorderen. Het gaat hierbij vaak om grote bedragen. Een voorbeeld is de ESF-affaire uit 2001. Nederland had uit het Europees Sociaal Fonds geld gekregen voor werkgelegenheidsprojecten. Dit geld werd verkeerd besteed. Toen Europa dit ontdekte, moest Nederland 157 miljoen euro aan Europa terugbetalen.

Voorstel Wet NErpe: versterking positie rijksoverheid

Zoals aangegeven heeft het Rijk niet zoveel mogelijkheden om 'lagere overheden' (zoals provincies, gemeenten en product- en bedrijfschappen) aan te pakken als zij Europese regels niet naleven. Om hen te kunnen dwingen meer werk te maken van de naleving van Europees recht, heeft de regering onlangs het wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (NErpe) ingediend. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, kan een minister een lagere overheid tot actie verplichten als schending van Europees recht plaatsvindt (of dreigt). Als de gevraagde actie uitblijft, kan de minister in het uiterste geval zelf de vereiste maatregelen nemen.

Verder krijgt de rijksoverheid een 'verhaalsrecht'. Zoals aangegeven houdt Europa de Nederlandse staat altijd aansprakelijk voor schendingen van Europees recht, of die schending nu is gepleegd door de rijksoverheid, door een provincie of door een gemeente. In het wetsvoorstel NErpe krijgt het Rijk de mogelijkheid om een boete of dwangsom die haar door Europa is opgelegd, te verhalen op de overheidsorganisatie die de regels heeft geschonden. Hetzelfde geldt als Nederland door Europa wordt gekort op Europese uitkeringen of subsidies.

Ten slotte krijgt de rijksoverheid in het wetsvoorstel NErpe de bevoegdheid om contracten die in strijd zijn met Europese regels, te beëindigen. Stel dat een gemeente een contract heeft gesloten met een voetbalclub of een projectontwikkelaar, en dat contract strijdt met Europese aanbestedings- of staatssteunregels. In zo'n geval kan de regering het contract vernietigen. Als die vernietiging betekent dat de gemeente haar contractuele verplichtingen niet meer kan nakomen, zal zij in principe aansprakelijk zijn voor de schade die haar contractspartner daardoor lijdt.

Zal het werken?

De bedoeling van het wetsvoorstel is dat overheden zich beter aan de Europese regels gaan houden. Dat hoeft niet per definitie een verbetering te betekenen. Denkbaar is bijvoorbeeld dat overheden bij aanbestedingen de maximale zorgvuldigheid gaan betrachten om problemen met het Rijk te voorkomen. Het gevolg kan kan zijn dat bestekken (nog) ingewikkelder worden en dat aanbestedingsprocedures langer gaan duren. Bovendien is het maar de vraag of het wetsvoorstel altijd tot het beoogde doel leidt. Men kan zich bijvoorbeeld voorstellen dat een gemeente die een overeenkomst met een projectontwikkelaar wil aangaan, de gevolgen van een mogelijke vernietiging van dat contract door het Rijk 'wegcontracteert'. Dat kan door in een ontwikkelingsovereenkomst op te nemen dat de gemeente nimmer aansprakelijk is voor schade die de ontwikkelaar mocht lijden indien het contract door het Rijk zou worden vernietigd. Het is zelfs denkbaar dat gemeenten in een contract vastleggen dat hun wederpartij (bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, of een inschrijver bij een aanbesteding) aansprakelijkheid aanvaardt voor schade die de gemeente lijdt indien zij mocht worden getroffen door een verhaalsactie van het Rijk. Het is duidelijk dat een dergelijke ontwikkeling het wetsvoorstel in de kern raakt. Op die manier kunnen overheden de financiële gevolgen van een schending van Europees recht afwentelen op het bedrijfsleven. Uit het wetsvoorstel NErpe blijkt niet dat dit de bedoeling van de regering is. Integendeel, het wetsvoorstel voorziet juist in (financiële) prikkels voor lagere overheden. Het lijkt dan ook wenselijk dat het wetsvoorstel op dit punt wordt aangepast.

Voor meer informatie over Europees recht en aanbestedingsrecht kunt u contact opnemen met mr. Rudolf van Binsbergen, contactpersoon van de praktijkgroepen Vastgoed en Overheid.