

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E: info@willedonker.nl
Hoe lang moet een overtreding duren voordat daartegen niet meer kan worden opgetreden? In het ruimtelijkeordeningsrecht speelt deze vraag regelmatig. Vroeger was de gedachte: als een overtreding maar lang genoeg heeft geduurd, mag de overheid daar niet meer tegen optreden. In de praktijk werd wel uitgegaan van een termijn van vijf jaar. Werd een overtreding langer gedoogd, dan was het recht om te handhaven als het ware verjaard.
De hoogste bestuursrechter, de Raad van State, leek hier aanvankelijk gevoelig voor. De laatste jaren is echter gebleken dat de Raad van State steeds minder geneigd is overtredingen op die manier te belonen. Volgens de Raad van State is handhaving van regels in het algemeen belang en het belang van de overtreder moet hiervoor in de regel wijken. In het ruimtelijkeordeningsrecht is er daardoor steeds minder ruimte om een handhavingsverzoek af te wijzen. Zelfs wanneer de gemeente zwart op wit heeft bevestigd dat men niet zal optreden tegen een illegale situatie, moet een gemeente daar toch toe over gaan als daarom wordt gevraagd.
Ook de vraag hoe lang een overtreding heeft geduurd is gaandeweg steeds minder belangrijk geworden. Voorlopig eindpunt is een recente uitspraak van de Raad van State. Iemand had de gemeente Utrecht gevraagd handhavend op te treden tegen een illegaal bouwwerk, dat stond op het terrein van een nabijgelegen hogeschool. Het verzoek om handhaving dateerde van 2007. Het bouwwerk stond er toen al ruim 40 jaar: het was in 1965 neergezet. De gemeente weigerde handhavend op te treden, gezien de lange duur van de overtreding. De Raad van State ging daar niet mee akkoord. Het algemeen belang moest ook nu het zwaarst wegen.
We kunnen wel de conclusie trekken dat het recht én de plicht om handhavend op te treden tegen bijvoorbeeld illegale bouwwerken, nooit vervalt. Dit is onwenselijk, omdat de rechtszekerheid hiermee in het geding komt. In het civiele recht gelden verjaringstermijnen. Wie zijn aanspraken niet tijdig omzet in een vordering, verliest zijn recht. Ook het strafrecht kent dergelijke termijnen. Wordt niet tijdig strafvervolging ingesteld, dan verliest het Openbaar Ministerie het recht om dat alsnog te doen. Verjaringstermijnen dienen dus het belang van de rechtszekerheid. Iemand mag niet tot in het oneindige wachten met juridische actie. Ooit moet daaraan een eind komen.
In het ruimtelijkeordeningsrecht is het belang van de rechtszekerheid blijkbaar niet zo belangrijk. Dit kan leiden tot onredelijke uitkomsten. Denk aan een uitbouw die ooit illegaal is gerealiseerd. De betreffende woning wisselt sindsdien vele malen van eigenaar. Op enig moment krijgt de huidige eigenaar ruzie met zijn buurman. De buurman vraag de gemeente handhavend op te treden. Als de uitbouw niet legaliseerbaar is, mag de gemeente dat verzoek niet weigeren en de woningeigenaar is de klos. Redelijk? Nee, maar wel de realiteit.
Voor meer informatie over ruimtelijke ordening en handhaving kunt u contact opnemen met mr. Rudolf van Binsbergen, contactpersoon van de praktijkgroepen Vastgoed en Overheid.
Bron: Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 17 maart 2010, LJN: BL7746.