Zoeken
Nederlands    English

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E:
info@willedonker.nl

Klik hier voor de doorkiesnummers

Procederen onder de Chw

De Crisis- en herstelwet (Chw) is al weer bijna een jaar oud. Deze wet is een antwoord op de economische crisis en heeft als doel de belangen van werkgelegenheid en bereikbaarheid op een zorgvuldige manier te combineren. Één van de maatregelen die met de Chw zijn ingevoerd, is de stroomlijning van beroepsprocedures. De wetgever wilde korte procedures waarbij de rechter alleen rekening mag houden met de belangen die degenen die procederen, écht raken. Wij berichtten hier al over in nieuwsupdates over de Chw en de gevolgen daarvan voor procedures. Langzamerhand wordt duidelijk hoe de rechter de procedureregels van de Chw toepast. Een recente uitspraak van de Raad van State illustreert dat.

Het betrof een procedure over een bouwvergunning voor een kassencomplex. Er was beroep ingesteld bij de rechtbank. De uitspraak van de rechtbank was voor de betrokkene kennelijk niet gunstig (genoeg): hij ging in hoger beroep bij de Raad van State. Omdat de uitspraak van de rechtbank dateerde van ná de inwerkingtreding van de Chw, was deze wet op het hoger beroep van toepassing. Bijgevolg diende de betrokkene alle argumenten van zijn beroep binnen de beroepstermijn (van zes weken) naar voren brengen, hetgeen een forse afwijking van de reguliere procesregels inhoudt.

In dit geval verzuimde de betrokkene echter om binnen de beroepstermijn aan te geven waarom hij het met de uitspraak van de rechtbank niet eens was. Volgens de Chw is er dan maar één uitkomst denkbaar: niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Zo ver kwam het echter niet. De rechtbank had in haar uitspraak namelijk moeten vermelden dat op het hoger beroep de Chw van toepassing zou zijn, en welke procedurele gevolgen dat heeft. Deze vermelding had de rechtbank achterwege gelaten. De Raad van State vond het niet redelijk om de gevolgen daarvan voor rekening van de appellant te brengen.

Deze uitspraak lijkt op het eerste gezicht verwonderlijk: de Raad van State is doorgaans heel streng met het naleven van formaliteiten. En daar is iets voor te zeggen: iedereen wordt ten slotte geacht de wet te kennen. Waarom wordt daar in dit geval dan anders mee omgegaan? De Raad van State geeft zelf het antwoord: de procedureregels van de Chw wijken aanzienlijk af van de procedureregels die normaliter op een beroepsprocedure van toepassing zijn. Juist daarom is het van belang dat beroepsgerechtigden ook op die afwijkende regels worden gewezen.

Voor meer informatie over bouwprojecten en de Chw kunt u contact opnemen met mr. Rudolf van Binsbergen, contactpersoon van de praktijkgroepen Vastgoed en Overheid.

Bron: Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 23 februari 2011, LJN: BP5483.