

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E: info@willedonker.nl
Een bouwproject kan ingrijpende gevolgen hebben voor omwonenden. Het klassieke voorbeeld: iemand heeft vanuit zijn woning een weids uitzicht, maar verliest dat uitzicht door de komst van bedrijventerrein. Stel dat de grond waarop het bouwplan is geprojecteerd, een agrarische bestemming heeft. Dan moet voor de realisering van het bestemmingsplan een nieuw bestemmingsplan worden gemaakt dat de bouw van bedrijfspanden toestaat. In dat geval leidt het bestemmingsplan tot planschade. Planschade is dus schade die iemand lijdt als gevolg van de wijziging van een bestemmingsplan, of de verlening van een ontheffing van het bestemmingsplan. Denk bijvoorbeeld aan waardevermindering van een woning. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan deze schade voor vergoeding in aanmerking komen. Deze vergoeding moet door de gemeente worden vastgesteld en uitgekeerd.
Gemeenten zijn soms erg creatief om onder een planschadevergoeding uit te komen. Zo ook de gemeente Groningen. Op gronden met een agrarische bestemming werd middels een nieuw bestemmingsplan de realisering van een woonwijk mogelijk gemaakt. De eigenaar van een nabijgelegen woonboerderij zag daardoor niet alleen zijn woongenot, maar ook de waarde van zijn woning fors dalen. Hij vroeg de gemeente zijn planschade te vergoeden.
De gemeente wees het verzoek af. Men erkende dat het nieuwe bestemmingsplan tot een waardedaling van de woonboerderij kon leiden. Echter, aldus de gemeente, dat nadeel werd ongedaan gemaakt omdat de woonwijk zou bestaan uit dure en hoogwaardige woningen. Door dit voordeel werd het nadeel dat door het bestemmingsplan werd veroorzaakt, opgeheven.
Uiteindelijk kwam de zaak voor de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State ging niet mee in het betoog van de gemeente. Volgens de Raad van State was het min of meer toevallig dat er hoogwaardige woningen zouden worden gebouwd. Het bestemmingsplan liet namelijk ook niet-hoogwaardige woningen toe. Bij planschade moet worden gekeken wat het bestemmingsplan toelaat, en niet hoe de mogelijkheden van een bestemmingsplan in de praktijk worden ingevuld. De conclusie was dat er geen voordeelverrekening had mogen plaatsvinden. De eigenaar van de woonboerderij trok dus aan het langste eind en ging naar huis met een planschadevergoeding van € 10.000,00.
Voor meer informatie over vastgoedontwikkeling en planschade kunt u contact opnemen met mr. Rudolf van Binsbergen, contactpersoon van de praktijkgroepen Vastgoed en Overheid.
Bron: Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 11 november 2009, LJN: BK2940.