

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E: info@willedonker.nl
Ook zieke werknemers hebben behoefte aan vakantie. Op dit moment kost ze dat geen vakantiedagen. Daar staat tegenover dat een werknemer die langer dan een half jaar ziek is geweest, na zijn herstel slechts aanspraak kan maken op de vakantiedagen over het laatste halfjaar van zijn ziekte.
Deze praktijk blijkt in strijd te zijn met Europees recht, zo volgt uit een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Deze Europese rechter heeft in 2009 bepaald dat uit Europese regels voortvloeit dat ook zieke werknemers ‘gewoon’ aanspraak kunnen maken op het wettelijke minimumaantal vakantiedagen van jaarlijks viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week, mét behoud van salaris. De Europese lidstaten mogen deze aanspraak niet beperken en Nederland gebeurt dat dus wél. De Nederlandse wetgeving is op dit punt dan ook in strijd met het Europese recht en Nederland is verplicht de wetgeving aan te passen.
Per 1 januari 2012 zal een nieuwe regeling gaan gelden op het gebied van opbouw en verval van vakantiedagen. De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met een daartoe strekkend wetsvoorstel. In het nieuwe systeem zal wat betreft de opbouw van vakantiedagen niet langer onderscheid worden gemaakt tussen een gezonde en een zieke (of reïntegrerende) werknemer. Ook een zieke werknemer zal in de toekomst dus aanspraak kunnen maken op vakantiedagen. In de arbeidsovereenkomst kan hiervan worden afgeweken, maar uitsluitend ten aanzien van de zogeheten bovenwettelijke vakantiedagen. Hiermee wordt gedoeld op vakantieaanspraken die uitgaan boven het wettelijke minimumaantal vakantiedagen. Een zieke werknemer bouwt tijdens zijn ziekte dus altijd ten minste het wettelijke minimumaantal vakantiedagen op. Daar staat dan tegenover dat wanneer de zieke werknemer met vakantie gaat, de opgenomen vakantiedagen in overleg met werknemer kunnen worden afgeboekt van zijn ‘saldo’. Deze regeling geldt overigens ook voor gedeeltelijk zieke werknemers.
Een tweede belangrijke aanpassing van de wetgeving betreft de invoering van een kortere vervaltermijn voor niet-opgenomen vakantiedagen. Op dit moment vervallen vakantiedagen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Het wetsvoorstel verkort deze vervaltermijn ten aanzien van het wettelijk minimumaantal vakantiedagen tot zes maanden. Worden de vakantiedagen niet-tijdig opgenomen, dan vervallen die. Deze regeling geldt, zoals gezegd, uitsluitend voor het wettelijke minimumaantal vakantiedagen en heeft dus geen gevolgen voor de bovenwettelijke vakantiedagen. De vervaltermijn van vijf jaar blijft hierop dus van toepassing. De regeling gaat gelden voor vakantiedagen die worden opgebouwd vanaf 1 januari 2012.
De nieuwe, korte vervaltermijn zal evenmin van toepassing zijn wanneer de werknemer geen reële mogelijkheid heeft gehad daadwerkelijk vakantiedagen op te nemen. Gedacht kan worden aan een zieke werknemer die niet werkelijk in staat is met vakantie te gaan, bijvoorbeeld doordat hij langdurig in een afkickkliniek of een revalidatiecentrum verblijft. Ook in die gevallen blijft de ‘lange’ verjaringstermijn van vijf jaar toepasselijk.
Tot 1 januari 2012 blijven de bestaande regels inzake ziekte en verlof van toepassing. Het valt echter niet uit te sluiten dat de rechter al vóór inwerkingtreding van het wetsvoorstel rechtstreeks toepassing geeft aan het Europese recht. Rechters in Europese landen zijn namelijk verplicht om Europese regelgeving die voor burgers 'harde' aanspraken creëert, rechtstreeks toe te passen, desnoods buiten de nationale wetgeving om. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat werkgevers reeds vóór 2012 te maken krijgen met aanspraken van zieke werknemers op het hen toekomende minimumaantal vakantiedagen.
Voor meer informatie over de arbeidsongeschiktheid en vakantie kunt u contact opnemen met mr. Judith Langeveld-de Groot, contactpersoon van de praktijkgroep Arbeidsrecht.