

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E: info@willedonker.nl
Huurders van woonboten en ligplaatsen voor een woonboot, opgelet: de huurder van een woonboot of ligplaats wordt niet op dezelfde wijze beschermd als de huurder van een woning of winkelruimte. Wat houden de verschillen precies in en waarom zijn deze verschillen ontstaan? De staatssecretaris van Financiën, de heer Weekers, deed hier onlangs een uitspraak over. Aanleiding waren Kamervragen over het huurprijzenbeleid van de rijksoverheid bij de verhuur van ligplaatsen.
Huurders van woningen worden normaal gesproken goed beschermd. Zo mag de huur niet zomaar worden opgezegd en zijn huurprijsverhogingen aan een streng regime onderworpen.
Volgens de staatssecretaris kunnen huurders van een ligplaats zich niet op deze bescherming beroepen. Er wordt namelijk geen woning verhuurd, maar alleen (de bodem onder het) water en eventueel een stuk van de oever. De woonboot is veelal eigendom van de ligplaatshouders en die wordt dus niet verhuurd.
Bovendien, zo stelt de staatssecretaris, bestaat er alleen huurbescherming bij de huur van woonruimte. Woonruimte wordt in de wet gedefinieerd als “een gebouwde onroerende zaak”. Water en oevers voldoen niet aan deze omschrijving. De oevers zijn namelijk wel onroerend, maar niet bebouwd. Daarom hebben, aldus de staatssecretaris, huurders van een woonboot of een ligplaats niet dezelfde wettelijke bescherming als huurders van een woning. Ze hebben dan ook geen recht bijvoorbeeld op huurprijs- en opzegbescherming.
De staatssecretaris stelt dat er in het verleden bewust voor is gekozen huurders van woonboten en ligplaatsen onder eenduidige regelgeving te brengen. Dit heeft onder meer te maken met de grote diversiteit aan woonboten en ligplaatsen. Bovendien is het wenselijk dat ligplaatsen op ieder moment kan worden opgeheven of verplaatst met het oog op de belangen van het landschap, het milieu of het verkeer te water en te land. Een zekere flexibiliteit zou dus gewenst zijn.
De visie van de staatssecretaris is te kort door de bocht. In de rechtspraak wordt namelijk verschillend geoordeeld over de bescherming bij de huur van woonboten en ligplaatsen. Van belang is onder meer of de woonboot of de ligplaats als een onroerende zaak kan worden aangemerkt. Zoals gezegd valt woonruimte die bestaat uit een “gebouwde onroerende zaak” zonder meer onder de wettelijke huurbescherming. Uit de rechtspraak valt af te leiden dat een woonboot soms toch aan dat criterium kan voldoen. Hierbij is onder meer van belang op welke wijze en hoe 'duurzaam' de woonboot met de ondergrond is verankerd. De rechtspraak biedt dus meer ruimte voor toepassing van de wettelijke huurbescherming op woonboten en ligplaatsen dan volgt uit het standpunt van de staatssecretaris. In het standpunt van de staatssecretaris ontbreekt dus een belangrijke nuance.
De vraag is nu of de rechtspraak zich in de toekomst mede door het standpunt van de staatssecretaris zal laten leiden. Dat lijkt niet erg waarschijnlijk.
Voor meer informatie over vastgoed en huurbescherming kunt u contact opnemen met mr. Rudolf van Binsbergen, contactpersoon van de praktijkgroep Vastgoed.