

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E: info@willedonker.nl
In een eerdere bijdrage op deze website over het recht van reclame werd al kort ingegaan op het eigendomsvoorbehoud als een middel voor een leverancier om zich in te dekken tegen wanbetaling. In deze bijdrage zal het eigendomsvoorbehoud nader worden belicht.
Het eigendomsvoorbehoud is een afspraak tussen de leverancier en de koper, waarbij wordt overeengekomen dat de geleverde goederen eigendom blijven van de leverancier, zolang de koper de koopprijs nog niet heeft voldaan. Dat betekent dat een leverancier - zou de koper failliet gaan - op grond van het eigendomsvoorbehoud eigenaar van de goederen blijft en bij curator afgifte daarvan kan eisen.
De effectiviteit van het eigendomsvoorbehoud als leverancierszekerheid wordt echter door een aantal factoren beperkt. Eén van die factoren is dat het eigendomsvoorbehoud veelal door de leverancier wordt bedongen in de door hem gehanteerde algemene voorwaarden. Bij algemene voorwaarden komt het nogal eens voor dat deze niet op de juiste wijze van toepassing worden verklaard. Soms kan de leverancier niet bewijzen dat hij de voorwaarden aan de koper heeft verstrekt. Onder bepaalde omstandigheden kan de koper - of, na zijn faillissement, de curator - de vernietiging van de algemene voorwaarden inroepen. In al deze gevallen heeft een in algemene voorwaarden opgenomen eigendomsvoorbehoud uiteindelijk geen effect.
Een heel ander probleem waar de leverancier mee geconfronteerd kan worden, is het probleem van de ‘oneigenlijke vermenging’. Oneigenlijke vermenging doet zich, kort gezegd, voor als identieke goederen, afkomstig van verschillende leveranciers, door elkaar heen worden opgeslagen met als gevolg dat niet meer duidelijk is welke goederen van welke leverancier afkomstig zijn. De wet bepaalt dat de koper in dat geval geacht wordt bezitter en eigenaar van de goederen te zijn, tenzij de leverancier het tegendeel bewijst. In de praktijk zal de leverancier in een dergelijk geval vaak niet in staat zijn te bewijzen dat en welke goederen door hem zijn geleverd. Ook de andere leveranciers zullen daar veelal niet in slagen. Beide leveranciers vissen dan achter het net. Is de koper inmiddels failliet, dan hoeft de curator zich van het eigendomsvoorbehoud niets aan te trekken.
Het is dan ook belangrijk dat een leverancier de goederen die hij levert, zoveel mogelijk individualiseert. Dat kan bijvoorbeeld door unieke serienummers toe te kennen en die nummers te vermelden op afleverbonnen en facturen.
Voor meer informatie over het eigendomsvoorbehoud en andere leverancierszekerheden kunt u contact opnemen met mr. Jan Dorrepaal, contactpersoon van de praktijkgroep Insolventierecht.
Deze bijdrage is geschreven door mr. Jeroen van der Pouw Kraan.