Zoeken
Nederlands    English

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E:
info@willedonker.nl

Klik hier voor de doorkiesnummers

De Mexicaanse griep de baas


Mexicaanse griep: verantwoordelijkheden voor werkgevers

Of de Mexicaanse griep echt miljoenen werknemers thuis gaat houden dit jaar, is de vraag. Maar u kunt er als werkgever mee te maken krijgen. Waar moet u op letten?

Voorzorgsmaatregelen door werkgever

Een werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van zijn medewerkers. Ook moet een werkgever gevaar voor derden voorkomen. In sectoren met een verhoogd risico op besmetting, zoals in de zorg en schoonmaakbranche, zal een werkgever extra alert moeten zijn op het voorkomen van blootstelling van medewerkers (en derden) aan het virus. Er zijn werkgevers die binnen hun organisatie een algemeen arbeidsomstandighedenbeleid naleven. Dat beleid kan extra aandacht vragen in verband met de mogelijke grieppandemie. Het is daarom raadzaam om in overleg met de Arbodienst te onderzoeken of en welke maatregelen nodig zijn. Misschien moet ook de wettelijk verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie worden aangepast. Het is de taak van de werkgever dit tijdig in orde te maken.

Rol van de ondernemingsraad

Bij het aanpassen van dit soort regelingen, is ook een rol weggelegd voor de ondernemingsraad. Op grond van de Wet op de Ondernemingsraden moet de ondernemingsraad instemmen met wijzigingen van bijvoorbeeld het arbeidsomstandighedenbeleid.

Wat te doen bij constatering van Mexicaanse griep

Als het zover is dat één van de medewerkers (waarschijnlijk) de Mexicaanse griep heeft, is het verstandig de medewerker direct naar huis sturen. Contact met anderen verhoogt de kans op verdere verspreiding, en moet daarom zoveel mogelijk vermeden worden. De medewerker moet vervolgens telefonisch contact met zijn huisarts opnemen. Symptomen als koorts van meer dan 38 graden Celsius en klachten aan de luchtwegen, zoals hoesten, kunnen indicaties voor Mexicaanse griep zijn (www.grieppandemie.nl).

Werkweigering vanwege de griep

Als er binnen een organisatie een besmetting met het griepvirus bij een medewerker, patiënt of cliënt wordt geconstateerd, kan dat tot onrust leiden. Voorstelbaar is dat medewerkers zich niet durven bloot te stellen aan mogelijk besmettingsgevaar. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat deze medewerkers weigeren hun werkzaamheden uit te voeren. Mag dat?

Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet mag een medewerker zijn werk tijdelijk onderbreken “indien en zolang er naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar voor personen dreigt en dit zo onmiddellijk dreigt dat optreden van de Arbeidsinspectie niet kan worden afgewacht”. De medewerker behoudt dan voor de duur van die tijdelijke onderbreking recht op loon. De medewerker zal zijn werkonderbreking direct bij zijn leidinggevende moeten melden. De werkgever kan dan zo snel mogelijk een ambtenaar van de Arbeidsinspectie inschakelen om te onderzoeken of er ook echt gevaar dreigt. Op het moment dat een medewerker aangeeft het werk niet te willen uitvoeren, zal per geval moeten worden vastgesteld of daarvoor een goede reden is. Die goede reden zou er kunnen zijn bij de verhoogde risicogroepen. Wie tot de verhoogde risicogroepen behoren zal steeds aan de hand van de actuele stand van zaken en in overleg met de Arbodienst en/of bedrijfsarts moeten worden vastgesteld. Per augustus 2009 zijn dat volgens het RIVM:

  • vrouwen die minimaal zes maanden zwanger zijn;
  • kinderen jonger dan twee jaar;
  • mensen met een ernstige immuunstoornis;
  • mensen die ieder jaar een oproep krijgen voor de griepprik.

Daarmee is nog niet gezegd dat iedereen die tot deze groepen behoort zonder meer mag weigeren te werken. In ieder geval zal moeten komen vaststaan dat er sprake is van besmettingsgevaar. Dat kan het geval zijn als er een geval van besmetting binnen het bedrijf of de organisatie is geconstateerd. Verder moet worden vastgesteld of er specifiek voor de betreffende medewerker een reëel risico op besmetting bestaat. Het is raadzaam dat steeds in overleg met de Arbodienst af te stemmen. De Arbodienst kan in overleg met de behandelend arts of specialist van de medewerker bepalen of er sprake is van een reëel risico op besmetting. Als een reëel risico wordt vastgesteld kan van werkgever en medewerker worden verlangd dat naar tijdelijk ander passend werk wordt gezocht, waarbij geen of zo min mogelijk gevaar voor besmetting bestaat. Is dat werk niet voor handen, dan kan er aanleiding zijn om de werknemer met betaald verlof te sturen. Het inhouden van salaris zal in dat geval niet snel aan de orde zijn, omdat het niet kunnen werken in de risicosfeer van de werkgever valt. Want, de werkgever is dan kennelijk niet in staat om passende andere maatregelen te nemen ter voorkoming van besmettingsgevaar. Ook kan de werkgever ervan uit zijn zorgplicht een belang bij hebben medewerkers uit verhoogde risicogroepen op eigen initiatief (na overleg met de Arbodienst) met betaald verlof te sturen. Of angst voor de griep nu aangepraat is of niet, u dient te weten waar uw verantwoordelijkheid als werkgever ligt. Als de griep niet meer te voorkomen is, hebt u als werkgever een belang én een verantwoordelijkheid erger te voorkomen. Het is goed te weten waar u als werkgever staat. En gewaarschuwde werkgevers tellen voor twee.

Voor meer informatie over ziekte op de werkvloer kunt u contact opnemen met mr. Judith Langeveld-de Groot, verbonden aan de praktijkgroep Arbeidsrecht.