

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E: info@willedonker.nl
Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet is ontworpen als reactie op de economische crisis en heeft als doel om, met behulp van snelle en zorgvuldige procedures, doelgericht te werken aan de werkgelegenheid. Dat wordt met name geprobeerd door het stimuleren en realiseren van ‘duurzaamheid, bereikbaarheid en woningbouw’.
Deze doelstelling is door het kabinet benaderd vanuit twee richtingen. In de eerste plaats worden de projecten in kaart gebracht die op korte termijn kunnen worden opgestart en die van belang zijn voor de economie. Door te beoordelen op welke punten deze projecten juridisch worden belemmerd en hoe dat opgelost zou kunnen worden, probeert men belangrijke economische projecten die zijn vastgelopen, vlot te trekken. Een voorbeeld van een dergelijk project is de verbreding van een snelweg. Zo'n project wordt vaak opgehouden door jarenlange procedures. Bekende voorbeelden daarvan zijn de verbreding van de A4 ter hoogte van Leiden en de A4 Midden-Delfland.
In de tweede plaats zijn diverse juridische regelingen tegen het licht gehouden en is bekeken of deze procedures wellicht aangescherpt of versneld kunnen worden, zonder daarbij de vereiste zorgvuldigheid en de naleving van Europese en internationale regelgeving uit het oog te verliezen.
Deze tweezijdige beoordeling heeft geresulteerd in een aantal maatregelen die zijn samengevoegd in de Crisis- en herstelwet.
Een belangrijk element in de Chw is het ‘projectuitvoeringsbesluit’. Het gaat hier om een procedure die specifiek van toepassing is op woningbouwprojecten met meer dan twaalf, maar minder dan (ten hoogste) 2.000 woningen. Een dergelijk bouwproject kan onder de werking van de Chw worden gebracht doordat de gemeenteraad een projectuitvoeringsbesluit neemt. Als een dergelijk besluit is genomen, gelden - behoudens enkele uitzonderingen - niet langer de wettelijke voorschriften die normaliter zijn vereist voor de realisering van een bouwproject. Er hoeft bijvoorbeeld geen bouwvergunning meer te worden verleend. Dat leidt tot een vereenvoudiging en verkorting van het traject dat aan de bouw vooraf gaat.
De mogelijkheden om projecten door middel van een projectuitvoeringsbesluit te realiseren, zijn in principe onbeperkt. Elk project dat aan de eisen voldoet, kan door middel van een projectbesluit worden gerealiseerd. De enige beperking is temporeel van aard. Op grond van de Chw mogen tot 2014 projectuitvoeringsbesluiten worden genomen.
De Chw kent een bijzondere regeling voor rechtsbescherming. Tegen een projectuitvoeringsbesluit kan uitsluitend beroep worden aangetekend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in onder meer bouwzaken. De gronden van het beroep moeten binnen de beroepstermijn worden ingediend. Een 'beroep op nader aan te voeren gronden' op de laatste dag van de beroepstermijn is dus dodelijk: de Chw zet hierop expliciet de sanctie 'niet-ontvankelijkheid'.
De Chw bepaalt dat de Raad van State binnen zes maanden op het beroep moet beslissen. De ‘normale’ bezwaar- en beroepsprocedure zijn op het projectbesluit dus niet van toepassing. Hiermee wordt een belangrijke tijdswinst geboekt.
De mogelijkheid om bouwprojecten door middel van een projectuitvoeringsbesluit te realiseren, biedt op het eerste gezicht een fors aantal voordelen, variërend van tijdsbesparing tot vereenvoudiging van diverse procedures. Anderzijds is momenteel onzeker of de beoogde effectiviteit daadwerkelijk zal worden behaald. Omdat het projectuitvoeringsbesluit in een beperkt aantal wetsartikelen is vastgelegd, blijft een aantal punten onduidelijk. De kans bestaat dat de beoogde tijdwinst teniet gaat als projectuitvoeringsbesluiten die op het op het eerste gezicht leken te kloppen, toch door de Raad van State worden vernietigd. De tijd zal moeten leren of deze onzekerheden ook nadelen zijn.
Voor meer informatie over de Crisis- en herstelwet kunt u contact opnemen met mr. Rudolf van Binsbergen, contactpersoon van de praktijkgroepen Vastgoed en Overheden.
Deze bijdrage is geschreven door mr. Maarten Duifhuizen.