

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E: info@willedonker.nl
Het is al weer even geleden: op 1 januari 2008 werd het 'Activiteitenbesluit' van kracht. De officiële benaming is Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (afkorting: Barim). Met het Activiteitenbesluit beoogde de regering de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlichten. Veel bedrijven die voorheen een milieuvergunning moesten aanvragen, hoeven sinds de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit nog slechts een melding te doen. Het Activiteitenbesluit bevat een groot aantal voorschriften waar alle bedrijven die onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen, zich aan moeten houden. Bijvoorbeeld op het gebied van geluidhinder, bodemverontreiniging en afvalbeheer.
Steeds wanneer nieuwe regelgeving van kracht wordt, is de vraag: hoe moet worden omgegaan met bestaande gevallen? Denkbaar is bijvoorbeeld dat een bedrijf over een milieuvergunning beschikt op het moment dat het Activiteitenbesluit in werking treedt. Als uit het Activiteitenbesluit voortvloeit dat er geen milieuvergunning meer is vereist, vervalt deze vergunning automatisch ('van rechtswege'). Dat kan ingrijpende gevolgen hebben. Stel dat er sprake was van een soepele milieuvergunning. Door de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit zou dan op stel en sprong aan veel strengere eisen moeten worden voldaan. Of omgekeerd: stel dat een vergunning heel strenge voorschriften kent. Die zouden dan van de ene op de andere dag komen te vervallen. Omwonenden zullen daar natuurlijk niet blij mee zijn.
De regering heeft een al te ingrijpende kennismaking met het Activiteitenbesluit willen voorkomen. Daarom is in het Activiteitenbesluit 'overgangsrecht' opgenomen. Het overgangsrecht biedt een regeling voor bestaande situaties. Een van de overgangsrechtelijke bepalingen houdt in dat voorschriften van een milieuvergunning die bij de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit vervalt, nog gedurende drie jaar van kracht blijven. Daarna geldt het regime van het Activiteitenbesluit. In deze periode van drie jaar kunnen bedrijven en overheden zich voorbereiden op de nieuwe situatie.
Per 1 januari 2011 is deze driejaarstermijn voorbij. Gebleken is dat er nog maar weinig bedrijven zijn die de gevolgen daarvan beseffen. Dat is vooral een probleem als een bedrijf beschikt over een soepele milieuvergunning. Indien het Activiteitenbesluit, bijvoorbeeld op het gebied van geluid, strengere normen bevat dan de - vervallen - milieuvergunning, krijgt men op 1 januari 2011 ineens met een aanzienlijk strenger geluidsregime te maken. Als hieraan niet wordt voldaan, riskeert men handhavend optreden door het bevoegd gezag.
Vooral wanneer uw milieuvergunning soepele normen kent, is het van het grootste belang op korte termijn met het bevoegd gezag - de gemeente of de Milieudienst - te overleggen over een oplossing. Deze zal veelal kunnen worden gevonden in het opstellen van zogeheten 'maatwerkvoorschriften'. Door middel van maatwerkvoorschriften kan worden afgeweken van de normen van het Activiteitenbesluit. Door tijdig te beginnen met de daarvoor benodigde procedures kunnen vervelende verrassingen worden voorkomen.
Voor meer informatie over milieurecht en de handhaving daarvan, kunt u contact opnemen met mr. Rudolf van Binsbergen, contactpersoon van de praktijkgroepen Overheid en Vastgoed.