Zoeken
Nederlands    English

Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn
T: +31 (0)172 44 24 17
F: +31 (0)172 44 20 28
E:
info@willedonker.nl

Klik hier voor de doorkiesnummers

Bodembeslag op showroommodellen

In een uitspraak van 9 december 2011 heeft de Hoge Raad eindelijk duidelijkheid geschapen over de vraag of de fiscus zich met voorrang kan verhalen op showroommodellen van een failliete winkel.

Casus

Waar ging het om? Op 13 oktober 2006 zijn Royal Sleeptrend B.V. en Solatido B.V. in staat van faillissement verklaard. Beide vennootschappen hielden zich bezig met de verkoop van slaapkamerinrichtingen. In hun winkels werden slaapkamermeubels als showroommodellen tentoongesteld. De voorraden van beide vennootschappen, waaronder de showroommodellen in de winkels, waren stil verpand aan de ING Bank (“ING”). Zoals vaker het geval is bij faillissement, had ook de Belastingdienst het nodige te vorderen van de gefailleerde vennootschappen.

De curator heeft in samenspraak met ING de activa van de failliete boedels, waaronder de showroommodellen, verkocht. De koopprijs van de voorraden met inbegrip van de showroommodellen is betaald aan ING. De curator en de fiscus verschilden echter met ING van mening over de vraag of de showroommodellen moesten worden beschouwd als 'bodemzaken' in de zin van de Invorderingswet. Is dat het geval, dan heeft de fiscus voorrang bij de verdeling van de opbrengst en kan ING slechts aanspraak maken op het restant.

Om uit de impasse te komen heeft ING verklaard de totale koopsom van showroommodellen aan de curator (die in een dergelijke situatie ook de belangen van de fiscus behartigt) te betalen, indien en zodra in rechte zou komen vast te staan dat de showroommodellen als bodemzaken moeten worden aangemerkt.

Bodemzaken

Bodemzaken worden in de wet omschreven als – kort gezegd – de vruchten of roerende zaken die dienen tot stoffering van een huis of landhoef of tot bebouwen of tot gebruik van het land, die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden. Een en ander wordt in de rechtspraak ruim uitgelegd. Zo omvat het begrip ‘huis of landhoef’ in principe ieder willekeurig gebouw (zoals kantoor, winkel, fabriek e.d.). Veruit de belangrijkste categorie bodemzaken wordt gevormd door de ‘zaken die dienen tot stoffering’. Onder stoffering vallen alle zaken op het perceel aanwezig en bestemd tot een enigszins duurzaam gebruik van het perceel overeenkomstig zijn bestemming, waardoor het perceel tevens beter beantwoordt aan die bestemming. Ook dit wordt ruim uitgelegd; zo worden in de rechtspraak niet-onroerende machines in een bedrijfspand, meubilair van een winkel en de inventaris van een café aangemerkt als roerende zaken die dienen ter stoffering en dus als bodemzaken.

Procedure

De curator heeft in de procedure aangevoerd, dat de showroommodellen - vallende onder de categorie "zaken tot stoffering van een huis of landhoef" – als bodemzaken moeten worden aangemerkt. De curator vorderde daarom van de ING afdracht van de opbrengst van de showroommodellen. De rechtbank Amsterdam wees deze vordering toe. ING is tegen dat vonnis in hoger beroep gegaan. Het Hof Amsterdam stelde vervolgens ING in het gelijk en wees de vordering van de curator alsnog af. Het Hof oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg gaf aan het begrip "stoffering" en dat de slaapkamermeubels die in de winkels waren opgesteld om aan potentiële kopers te worden getoond, geen bodemzaken waren. Daarbij grijpt het Hof terug op een passage uit de parlementaire geschiedenis van de Invorderingswet, waarin staat (onderstreping toegevoegd):

“Roerende goederen tot stoffering zijn onder andere: losse kasten, toonbanken en etalages in een winkel, een filmtoestel in een bioscoop, roerende machines in een fabriek. Niet onder deze categorie vallen onder meer: een winkelvoorraad, rijwielen, bromfietsen, auto’s, kleding, tentoongestelde goederen, aangezien die goederen niet dienen tot gebruik van het vertrek waarin zij zijn geplaatst.”

De curator en de fiscus konden zich niet vinden in het oordeel van het Hof en stapten naar de Hoge Raad. Die bevestigde echter het oordeel van het Hof. Volgens de Hoge Raad behoren showroommodellen - of zij nu ooit verkocht zullen worden of niet - tot de handelswaar voor de verhandeling waarvan het gebouw juist dient. Verder wees de Hoge Raad erop dat showroommodellen, naar gelang van de modetrends en technische ontwikkelingen, regelmatig worden vervangen. Daarom kan niet worden gezegd dat showroommodellen strekken tot tot een 'enigszins duurzaam gebruik' van de winkel of showroom waarin zij zijn opgesteld en dienen dus niet tot 'stoffering' als bedoeld in de Invorderingswet.

De uitspraak van de Hoge Raad is belangrijk, omdat lagere rechtspraak verdeeld was over de vraag of showroommodellen nu wel of niet als bodemzaken moesten worden aangemerkt. Met deze uitspraak heeft de Hoge Raad daar duidelijkheid over verstrekt. De uitspraak zal door financieringsinstellingen met opluchting worden ontvangen. Zij werken vaak met stille verpanding van voorraden, maar zien zich daarbij geregeld geconfronteerd met aanspraken van de fiscus.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Jeroen van der Pouw Kraan.

Bron: Hoge Raad 9 december 2011, LJN: BT2700.